BIJ STORK

Het jubileumboek over 150 jaar Stork Hengelo

Toen Charles Theodorus Stork in 1854 besloot om zijn weverij van Oldenzaal naar Hengelo te verplaatsen, kon hij niet vermoeden dat er veertien jaar later nog eens verhuisd zou worden. Samen met zijn medefirmanten haalde hij in 1868 de Machinefabriek Gebr. Stork & Co. vanuit Borne naar Hengelo. Een eeuw lang zouden drie generaties Stork deze onderneming leiden. De onderneming kwam tot grote bloei en duizenden medewerkers verdienden er een gezonde boterham. De Storkfabrikanten hielden zich niet alleen bezig met hun fabrieken. Ze stuwden ook de Hengelose samenleving op in de vaart der volkeren. De machinefabriek kende al vroeg een eigen systeem van sociale voorzieningen en zorgde voor scholing en woningen. In de jaren vijftig kwam een fusie tot stand met Werkspoor.

Stork werd daarmee onderdeel van de Verenigde Machinefabrieken (VMF). In de eerste honderd jaar van haar bestaan kende de onderneming ook diepe dalen door economische crises, oorlog en internationale concurrentie. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de onderneming opgesplitst in zelfstandige werkmaatschappijen en hoorde je op de vraag "En waar werk je dan?" steeds minder vaak als antwoord "Bij Stork".

Nu verkrijgbaar in de boekhandel

Over de inhoud

In Borne was Stork als ijzergieterij begonnen maar ook daar werden al de eerste machines gebouwd. In Hengelo kwam de productie van stoommachines en stoomketels in een stroomversnelling en al snel werden de eerste exportorders genoteerd. Een product waarmee Stork in de eerste halve eeuw van zijn bestaan grote faam verwierf waren de suikerfabrieken die onder andere gebouwd werden iin voormalig Nederlands-Indië. Daarnaast waren er stoomturbines, transportsystemen, pompen en scheepsmachines en hijskranen. Vanaf de jaren dertig werden in Hengelo dieselmotoren gebouwd. Kleine voor treinen maar ook zeer grote voor oceaanreuzen. Legendarisch werd de HOTLo, waarvan er vanaf 1954 tientallen werden gebouwd. Een product waarmee Stork een grote reputatie verwierf, waren de ketels voor energiecentrales.

Ook bij grote ondernemingen kan door de medewerkers een sterk gemeenschapsgevoel worden ervaren. Bij Stork was dat zeer zeker het geval en de talrijke bedrijfsverenigingen speelden daarbij een grote rol. Bijna iedere medewerker was lid van of actief bij een of meer verenigingen die Stork rijk was. Vanaf 1890 werden de vele initiatieven om tot oprichting van een vereniging te komen door de directie aangemoedigd. Soms nam de directie zelf het initiatief, zoals bij de vereniging De Leesavond, een club met op het hoogtepunt een paar honderd leden. Ze kwamen iedere twee weken op een dinsdagavond bij elkaar om te luisteren naar voordrachten door directieleden, stafmedewerkers en leraren, over een breed scala van maatschappelijke onderwerpen. Op zo'n avond kwam je collega's tegen waarmee je in je werk niet dagelijks contact had. Maar dat gold ook wanneer je lid was van het harmonieorkest Armonia, de Stork Schaakclub, de gymnastiekvereniging Hercules of het revuegezelschap Stork'n Nus (het ooievaarsnest). En zo waren er nog veel meer verenigingen. Ze konden vaak een beroep doen op de Storkdirectie, wanneer er een oefenruimte, een paar instrumenten, uniformen of kostuums nodig waren.

Waar vind je in Twente deskundige vaklieden voor de machinebouw? Met die vraag werd de Storkdirectie al meteen geconfronteerd. Goed beroepsonderwijs was er in de tweede helft van de negentiende eeuw nog niet en dan zit er niets anders op dan die vakscholing zelf te gaan organiseren. Vanaf het begin ging het bij Stork niet alleen om vakscholing. Ook wilde de directie medewerkers met een goede algemene ontwikkeling. Mensen die daarover beschikten konden meer van hun leven maken, was de gedachte. De praktische scholing vond de eerste zeventig jaar plaats in de werkplaatsen. Voor schoolvakken als Nederlandse taal, rekenen en geschiedenis werd gebruik gemaakt van lokalen bij de Nederlandse Katoenspinnerij en Dikkers. In 1918 werd de Wilhelminaschool in gebruik genomen voor de theorievakken en de tekenlessen. Vanaf 1939 zou de vakscholing plaatsvinden in een speciale leerlingenwerkplaats. De opleiding kende al sinds de beginjaren een bijzondere beoordelingswijze: de zogenaamde 'arbeidswedstrijden'. De leerlingen maakten daarvoor aan het eind van ieder opleidingsjaar een praktijkwerkstuk dat door vaklieden uit de werkplaatsen werd beoordeeld.

Pagina
Pagina
Pagina
Pagina

Het redactieteam

Gerard Löbker (1960)
Manager Cost Engineering bij Siemens in Hengelo. Voorheen werkzaam bij Delaval-Stork. Schreef o.a. het jubileumboek ‘Van Mensen en Machines; Turbomachinery in Hengelo 1971-2011'.

Hans Morssinkhof (1959)
historicus en journalist/tekstschrijver. Schreef Het gedenkboek van Armonia, De kracht van Hengelo en publiceerde over de vriendschap tussen Dirk Willem Stork en de priester Alphons Ariens.

Hans van den Broek (1951)
gepensioneerd docent Engels en cultuurwetenschapper. Afgestudeerd op een onderzoek naar de betekenis van het fabrieksonderwijs van Stork en Dikkers. Publiceerde o.a. over het industriële verleden van Hengelo.

Niels Bakker (1962)
stadsarchivaris in Hengelo en Oldenzaal. Maakte onderdeel uit van de redactie Jaarboek Hengelo. Was daarnaast betrokken bij tal van publicaties en exposities over diverse thema's m.b.t. de historie van Hengelo.